Museum Kurhaus / Kleef

Ewald Mataré Verzameling




Editie voor het bouwproject

Gottfried Evers (Emmerich 1954)
Joseph Beuys bij de kolk in Rindern, 26 januari 1978


Helaas uitverkocht!

Gelatin silver print / 188 x 289 mm (blad 240 x 305 mm)
Oplage: 20 exemplaren
Editie 4 uit een reeks van vijf foto's
(175,- € voor leden van de Vereniging van Vrienden)

Ter gelegenheid van de editie van Gottfried Evers:
„Gottfried Evers ontmoet Joseph Beuys, 1976 en 1978“
Guido de Werd

Begin 1976 werd Joseph Beuys door Klaus Gallwitz, commissaris voor het Duitse paviljoen, uitgenodigd om aan de Biënnale van Venetië deel te nemen. Beuys maakte voor het Duits paviljoen de nu beroemde „Strassenbahnhaltestelle“ die in velerlei opzicht verwijst naar zijn jeugd in Kleef. In het kader van de voorbereidingen voor het gieten van de „Eiserne Mann“ bezocht hij meerdere keren zijn geboortestad Kleef. De toenmalige gemeentesecretaris dr. Hans Hermann Schröer nodigde de toen al wereldberoemde maar ook omstreden kunstenaar uit voor een bezoek aan het gemeentehuis en discussieerde  meerdere uren met Beuys.
In de herfst van dat jaar, nadat de kunstenaar voor zijn „Strassenbahnhaltestelle“ zelfs de Grote Prijs van de Biënnale van Venetië gewonnen had, kwam Beuys op 7 oktober 1976 opnieuw naar Kleef om samen met de gemeentesecretaris, diens medewerker Ulrich Fries en de journalist Aloys Puyn (Rheinische Post) en Rolf Langenhuisen (NRZ) het op dat ogenblik nog in aanleg zijnde voetgangersgebied in de Kavariner Strasse en de net opgeleverde Grosse Strasse te leren kennen. Voor deze wandeling ontmoette men elkaar in het gemeentehuis. Hier fotografeerde Gottfried Evers de hoed van Beuys aan de garderobe in de antichambre, een fraai, symbolisch beeld van aan- en afwezigheid (editie 1). Aansluitend vond de wandeling door het nieuwe voetgangersgebied plaats, Gottfried Evers begeleidde de groep, zo ontstonden de portretten van een argumenterende en discussierende Beuys in het centrum van Kleef (editie 2 en 3). De wens van de gemeentesecretaris dat Beuys een beeld voor de gemeente Kleef zou maken, werd niet gehonoreerd. In tegendeel, Beuys sprak zeer geringschattend over de wederopbouw van zijn geboortestad: „‘Ieder heeft hier zijn slagerij neergekwakt, zelfs de Schwanenburg is niet goed gerestaureerd. Op zich moet Kleef weer afgebroken worden!’ Daarom had hij ook geen zin, wat kunst voor het nieuwe Kleefse voetgangersgebied te maken ...“ (zie opm. 1)

In januari 1978 kwam Beuys opnieuw naar Kleef. Al 1976 had hij gezegd: „Ik kom steeds terug, ook al duurt het soms lang ...“ (zie opm. 2) De aanleiding was enerzijds de uitnodiging van Walter Brüx, het Hindenburg-Gymnasium (nu Freiherr vom Stein-Gymnasium) te bezoeken en tijdens de lessen met de leerlingen te discussiëren, anderzijds de belofte om zijn geboortestad aan de redacteur van Die Zeit, Peter Sager, te laten zien. Aansluitend bezocht hij slot Gnadenthal en Rindern, het dorp van zijn jeugd. En weer was Gottried Evers erbij. Beuys in Rindern: hij poseerde voor een kolk, op de achtergrond de heuvels, het landschap is grijs in grijs. Bijna mythisch straalt de in de kolk weerspiegelende winterzon over de jas van Beuys, de kunstenaar als het ware met een bovenaardse glans omgevend (editie 4).
Dan gaat het verder: „Laatste station van onze tocht: slot Gnadenthal bij Kleef. Hier werd Baron von Cloots geboren, die als aanhanger van de Franse reformatie in Parijs grote verbroederingsfeesten voor het volk ensceneerde, in de Assemblée national als ‘Redenaar van de mensheid’ de wereldrevolutie uitriep en in 1794 door Robespierre naar de guillotine gestuurd werd. ‘Ik kende hem al als kind’, zei Beuys, ‘Anarchis Cloots, zoals hij zich noemde, was de eerste, die een echte theorie van de democratie ontwikkelde’. Beuys trekt een lange blauwe jas aan zoals Zwitserse hospikken dragen en zoals hij die ook al in 1972 tijdens de bezetting van de academie in Düsseldorf droeg, de ‘Theaterjas uit mijn oorlogstijd’. Verbaasd bekijkt baron Von Hövell, de huidige bewoner van het slot en nakomeling van de anarchist Cloots dit vreemde gebeuren. ‘Ik ben een aanhanger van Cloots’, stelt Beuys zich voor, ‘U vertegenwoordigt de bloedlijn, ik de lijn van zijn ideeën.’ – ‘Maar hier’, zegt de baron en wijst naar het idyllische park van het slot, ‘hoeft toch niemand revolutionaire ideeën te ontwikkelen!’ – ‘Toch, juist hier’, antwoordt Beuys en begint zijn performance. Met een boek met teksten van Cloots in de hand wandelt Beuys rond het huis van de overleden anarchist. Daar verblijven nu Amerikaanse technici van de plutonium reactor in Kalkar. Imitatio Cloots, bezwering van het verleden, demonstratie van een idee. Beuys loopt rond het huis van Anarcharsis Cloots.“ (zie opm. 3) Gottfried Evers laat ons Beuys zien, wanneer hij het park van het slot verlaat, in gedachten verzonken op deze voor hem zo belangrijke plaats waar het verleden tot utopie wordt (editie 5).

Gottfried Evers was toen deze foto’s ontstonden pas twintig. Hij begon toen net zijn loopbaan bij de Rheinische Post. Men voelt dat de jonge fotograaf zich van de betekenis van de ontmoeting met de grote en toentertijd in zijn vaderland nog omstreden kunstenaar bewust was. Evers benaderde Beuys met respect maar ook met grote nieuwsgierigheid en een gevoel voor het historische moment.
Sinds meer dan drie decennia begeleidt Gottfried Evers het gebeuren aan de Nederrijn met zijn foto’s en bepaalde onze kijk op de gebeurtenissen en landschappen. Van het begin af aan had hij een bijzondere belangstelling voor kunst en kunstenaars. Met zijn scherpe blik heeft hij ons in zijn portretten talrijke kunstenaars op indrukwekkende manier beter leren kennen. Helemaal aan het begin stond Beuys. Dat Evers deze foto’s nu als zijn bijdrage aan de wederopbouw van het atelier van Joseph Beuys ter beschikking stelt, is een groots gebaar dat de leden van de Vereniging van vrienden en andere belangstellenden de mogelijkheid biedt aan deze beide bezoeken van Beuys deel te hebben.

(Opmerking 1: alle citaten uit: Peter Sager, Unterwegs zu Künstlern und Bildern. Reportagen und Porträts, Keulen 1978, pg. 10 -21: Fettfabrik und frühe Anarchie: Beuys in Kleve (1978); opmerking 2: Rheinische Post, uitgave Kleef, nr. 82, dinsdag 6 april 1976; opmerking 3: Sager, Unterwegs zu Künstlern und Bildern, Keulen 1978, pg.21)

terug


-> Deze pagina afdrukken